Stel, je wilt piano gaan spelen maar je kunt nooit noten leren lezen . . .

Romy was 13 toen ze bij mij op pianoles kwam. Een muzikale tiener met een sterke wil en een grote ambitie; ze wilde de muziek in, professioneel. Maar ze had nog geen idee hoe en bovendien had ze iets wat haar ambitie in de weg zou kunnen zitten. Als je geen noten kunt lezen wordt muziek toch wel lastig, dacht ze altijd. En nu zat ze dan toch achter de vleugel bij mij in de pianostudio, de eerste stap was gezet. De sterke wil in combinatie met haar overtuiging dat de muziek zelf belangrijker is dan de noten hadden haar aangezet tot de eerste echte pianoles. 

Toen Romy 6 was kreeg ze de diagnose Nystagmus, een zeldzame oogaandoening waarbij de ogen heen en weer bewegen waardoor het beeld voortdurend trilt. Ook is er een verminderde gezichtsscherpte. Überhaupt is lezen een hele opgave, laat staan noten lezen. 

Wat al direct in de eerste les duidelijk werd was de constatering dat haar gehoor al super goed ontwikkeld was. Romy kon moeiteloos op gehoor bepaalde akkoordenschema’s of melodielijnen reproduceren. En toen ze eenmaal begon met het toevoegen van wat ze zelf bedacht had en later zelfs volledig eigen composities ging maken ging ze keihard. 

“Ik houd van de emotie in muziek, of dit nu vette rock of mooi klassiek is. Dit wil ik ook graag overbrengen en ik denk dat ik dit best goed kan”  

 Met als doel nu daadwerkelijk de stap te maken naar een conservatorium opleiding kwam Romy na een pianoles pauze van een paar jaar enkele weken geleden weer terug bij mij. Haar ambitie de muziek in te gaan was onverminderd sterk en de overtuiging dat ze keihard wil gaan werken om haar eigen muzikale identiteit verder te ontwikkelen en op die manier mensen kan gaan raken met haar muziek was alleen maar gegroeid. 

Inmiddels zijn we een paar weken verder en hebben we samen een persoonlijk lesplan gemaakt, een op-maat traject met een grote focus op het ontwikkelen van muzikale creativiteit. En wat een gave dingen staan er in dit plan! Tipje van de sluier: we gaan werken aan een unieke Romy-transcriptie van een nu wel heel beroemd pianowerk én we gaan een ander mooi pianowerk beroemd maken…

En het noten lezen? Daar zijn we nog niet helemaal over uit. We richten ons nu eerst op de dingen waarmee Romy haar talent nu direct en snel verder kan ontwikkelen. Haar muzikaliteit, haar muzische eigen(wijs)heid en haar gehoor, daar zit de kracht dus daar ligt de focus.    

Uiteraard is er naast het creatieve plan ook een theoretische weg. Romy heeft hiervoor een route via Muziekschool Zeeland gekozen, met docent Franklin Schieman. Ook hij heeft een lesplan gemaakt voor Romy. 

Franklin en ik hebben wekelijks contact over de voortgang van Romy en zo vullen we elkaar perfect aan in haar begeleiding. Een mooie samenwerking tussen Pianostudio Cathy Kotoun en Muziekschool Zeeland zo!

De Voorspeelavond

”Toen ik net zo oud was als mijn tienerleerlingen nu, organiseerde de muziekschool elk jaar een voorspeelavond. Het publiek zat  in een zaaltje van de muziekschool in keurige rijen afwachtend het papieren programma te bestuderen dat op de tafel had gelegen, net buiten het zaaltje. De titel van de voorspeelavond was onveranderd ‘voorspeelavond’ en de opsomming van de optredens was oplopend, gerangschikt naar technisch niveau”

“Toen mijn tienerleerlingen net zo oud waren als ik toen, organiseerde hun pianodocent elk jaar een voorspeelavond. Het publiek zat in een prachtig oud gebouw aan grote ronde tafels die uitbundig versierd waren met heerlijk eten en drinken. De titel van de voorspeelavond was geen voorspeelavond en pianotechnische kwaliteit geen doel op zich”

“Een keer per jaar zag je wie er nog meer op pianoles zaten, naast diegenen die altijd voor en achter jou kwamen op de wekelijkse lessen. Als je geluk had mocht je samen met iemand anders spelen op de avond, en je was helemaal een geluksvogel als je gevraagd werd om een ander instrument te begeleiden. Dan had je twee voorspeelavonden. Een keer per week kon je een half uurtje bij je docent zijn en de rest moest je thuis doen, alleen”

“Een half jaar lang had je nauw contact met anderen die ook op pianoles zaten, of les kregen op een ander instrument, of als autodidact zichzelf leerden spelen. technisch niveau was nooit een issue, simpel omdat dit geen doel op zichzelf was. Gezamenlijke brainstormsessies, verschillende maaksessies, groepsoverleg via WhatsApp, gastcolleges over een zelfgekozen thema, workshops, onderzoek doen, de Summer Course en de maaknacht. Daarnaast de reguliere wekelijkse individuele lessen en de chatsessies over vragen die niet konden wachten via het digitale platform” 

Sinds de allereerste maakvoorstelling in 2014 zijn er elk jaar stappen gezet die gezorgd hebben voor het anders leren van muziek en het werkelijk leren beleven van muziek, grenzeloos en ambitieus.

De laatste maakvoorstelling vond plaats in 2019, in de Nieuwe Kerk in Zierikzee, onze thuishaven voor de maakvoorstellingen. Maar deze keer was extra bijzonder want we konden een prachtige symbiose creëren met een ander prachtig evenement: Dineren in een Monument. Zo ontstond Nacht van de Dag. Een transdisciplinaire verbreding van een uniek project voor jongeren die zelf vorm geven aan hun eigen muziekeducatie.

De tekst hieronder beschrijft de maakvoorstelling DURF! die plaatsvond op 18 juni 2017 in een notendop.

DURF!
Weet jij
dat wij durven
meesterlijke muziek te maken
luister
 

Dit is een elfje van Roos, een van de jongste kinderen die gisteren samen met nog 30 andere jonge componisten een geweldige voorstelling hebben gemaakt. Met elkaar, voor elkaar. Elkaar door spannende momenten heen trekken, elkaar aanmoedigend. Gelachen maar ook gehuild, met hun muziek steeds als middel om door te zetten. Eigen noten, eigen teksten. Geen noot op papier maar allemaal direct uit het hart.
88 toetsen op de mooie vleugel in de Nieuwe Kerk – het gitzwarte instrument stond blinkend in het theaterlicht uitnodigend maar vooral ook uitdagend op ze te wachten gisterochtend om 10 uur. Nog geen kwartier later klonken de eerste harmonieën, de klanken van een driestemmig koor vulden voorzichtig de grote ruimte. Breekbaar maar ook vastbesloten. Het zorgde voor het zo belangrijke samen-gevoel. Zelfs als je ervoor had gekozen om mee te doen achter de schermen. Want samen iets durven gaat gemakkelijker dan alleen. Toen de composities – gitaar, piano, stem, zang en rap.
Er volgden sessies van naar elkaar luisteren en bijschaven. Toen naadloos over naar het nadenken over een volgorde, met elkaar discussiëren over de verschillende ideeën. Staan de zaalstoelen eigenlijk wel goed, past dat licht wel bij dat stuk, moet er een pauze, waar kun je het beste gaan staan, wie gaat aan de slag met het gave idee van korte introductie filmpjes op de grote witte schermwand in plaats van een suffe aankondiging…
Er komt eigenlijk best heel wat bij kijken, bij het maken van zo’n voorstelling. Wij wisten dat al en zij eigenlijk ook. Maar als je het dan ook allemaal echt zelf mag bedenken en mag uitproberen in een inspirerende ruimte met je eigen muziek, je eigen verhaal, met elkaar, dan heb je een werelddag! Zo eentje die je nooit meer vergeet. Omdat je het lef had om je gevoel te delen met de wereld, en dat je dat deed met je eigen muziek. 

Nacht van de Dag | Whodunnit?

Whodunnit?

Open Monumentendag Schouwen-Duiveland 2019 kent dit jaar naast de landelijke opening in de monumentale Nieuwe Kerk in Zierikzee ook een bijzonder slot evenement, Nacht van de Dag. In de nacht van vrijdag 13 op zaterdag 14 september 2019 is de kerk voor een nacht de culturele playground voor een groep bevlogen en creatieve tieners. De opdracht: maak een artistieke vertaling van een week uit de geschiedenis van de Nieuwe Kerk in Zierikzee en verbind dit op een kunstzinnige manier met een diner dat op zaterdagavond plaatsvindt. De groep is in april 2019 gestart met de voorbereidingen. Naast de reguliere (piano)lessen waren er brainstormsessies en tot de presentatie op zaterdagavond 14 september 2019 zijn er maaksessies. Ook zijn er inspiratiesessies geweest op het gemeentearchief van Schouwen-Duiveland met archivaris Ilja Mostert en in de keuken van Strandrestaurant our Seaside met Rob Rameau en zijn chefs. Daarnaast worden allerlei andere bronnen gebruikt om zoveel mogelijk informatie en inspiratie op te doen zodat straks tijdens Nacht van de Dag alles samengevoegd kan worden tot een zalige symbiose van uiteenlopende disciplines, tot een geheel verweven.

De titel van deze eerste editie van Nacht van de Dag is: ‘Whodunnit?’, de grote vraag is wie schuld heeft aan de grote brand in 1832 waarbij de Nieuwe Kerk in Zierikzee volledig afbrandde. Bepaalde personages uit die periode spelen hierbij uiteraard een belangrijke rol, maar hierbij worden ook filosofische vraagstukken met relevante maatschappelijke thema’s uit de huidige tijd door de jongeren op een bijzondere manier aan de historie gekoppeld. Het eten, de muziek en de fysieke omgeving spelen bij het maken een grote rol bij het compleet maken van de zintuigelijke ervaring van het publiek. Op vernufte wijze is uitgedacht op welke manier het effect van het samenvoegen van de zintuigen horen, zien, proeven, ruiken en voelen het grootst is en kan zorgen voor een totaalbeleving.

Bijzonder is dat Nacht van de Dag een transdisciplinair kunsteducatief maakproject voor jongeren buitenschools is, en uniek is in deze vorm.

Dit project is ontwikkeld door Cathy Kotoun (M!PoweredbyKeet) en komt zonder subsidiëring tot stand. Door het transdisciplinaire karakter is er sprake van een eigentijdse vorm van cultureel ondernemerschap.

De presentatie van Nacht van de Dag | Whodunnit? zal plaatsvinden op zaterdagavond 14 september in de Nieuwe Kerk Zierikzee.

Tijdens de laatste maaksessie, in de nacht van vrijdag op zaterdag, is de kerk tussen 1 en 2 uur ‘s nachts open voor belangstellenden, de toegang is dan gratis.

Kaarten via http://www.dinerenineenmonument.nl

#MusicEduHack

Geen utopie…

Het kerndoel van muziekeducatie in het voortgezet onderwijs is het ontwikkelen van autonome (muzikale) creativiteit. In het leerplan muziek voor het voortgezet onderwijs is het creëren van vrijheid voor het ontwikkelen van autonome (muzikale) creativiteit een kerngedachte waarbij het creatieve proces steeds boven het eindproduct staat.

Ik zie, ik zie wat jij niet ziet, en het is: kleurrijk
Ik zie, ik zie wat jij niet ziet, en het is: uniek
Ik zie, ik zie wat jij niet ziet, en het is : nieuwsgierig. Creatief. Vrij!
Ja? Kom op…
De meest ultieme wezenskenmerken van pure en individuele kunstzinnigheid. Kom op, je ziet het toch wel?!
Daar! Kijk! Daar bedoel ik. Waarom moet je nu zo lang nadenken?
Hè! Lekker zeg. Ik dacht dat wij elkaar wel begrepen. Dat we hetzelfde dachten als het over kunst gaat.
Kijk dan, hij daar, dat is Bas! Hij kan zijn verbeelding laten horen! La-ten horen…!
En zij daar, dat is Tanya! Zij durft helemaal vrij te zijn. Vrij! Kijk dan!
Luna! Zij daar, dat is Luna! Zij speelt in kleuren! Ja, echt! Als je goed luistert hoor je kleuren!
En Jelt, daar! Dat kan niet missen. En Sjoerd dan! Gulzige creatieve onderzoekers.
Nu zie je het toch wel…?
Niet…?
Zitten we dan niet meer op een lijn…?
Zijn we dan geen zielsverwanten meer? Dat we aan muziek genoeg hebben om elkaar te begrijpen? Dat we muziek gebruiken om iets duidelijk te maken. Dat we muziek gebruiken om te laten voelen wat we denken, om na te denken over wat we voelen…
Doen we dat echt niet meer dan? Maar…is het dan nog wel kunst?
Ik zie ik zie wat jij niet ziet
Ik zie ik zie wat jij niet
Ik zie ik zie wat jij
Ik zie ik zie wat
Ik zie ik zie
Ik zie ik
Ik zie

Ik zie niet

Heb jij dat al eens geprobeerd? Creatief zijn? Of…nieuwsgierig? Dat je op de bank zat en toen dacht, ok, nu ga ik creatief zijn.
Of heb jij het al eens tegen je leerlingen tijdens de muziekles gezegd? Zo van: “Ok jongens, voor deze opdracht moeten jullie vandaag creatief zijn!”. En dan erachteraan “…en wees vooral ook nieuwsgierig”. En dat dan iemand uit de klas vroeg hoe dat dan precies moet? Of dat iemand zei zei: “Dat kan ik niet, want ik ben niet creatief”. En dat je je dan ’s avonds tijdens de afwas, net als die leerling, ook afvroeg hoe dat dan eigenlijk moet, creatief zijn. En kun je dat eigenlijk wel leren: creatief zijn…of kunnen we het wel maar weten we simpelweg niet meer wat het is om vrij te zijn, te spelen. Omdát we moeten leren.
Dat is toch eigenlijk best raar. Want als we ruimte krijgen om te spelen, creatief kunnen zijn, dan leren we juist. Ruimte om zelf op onderzoek uit te gaan, te ontdekken, uit te proberen. Falen en opnieuw proberen, spelend. Als een spel.
Stel je eens voor dat creatief zijn het belangrijkste onderdeel zou zijn in de muziekles, hoe zou die les er dan uitzien? Stel je eens voor dat wij die les samen zouden kunnen maken. Jij en ik, samen. Zij en wij, samen. Dat we dan opnieuw zouden kijken wat er nodig is en dat we dan samen zouden gaan onderzoeken waar we dat kunnen vinden. Zij en wij. En als we iets hadden gevonden dat we het dan samen konden uitproberen. Zij en wij. Net zolang tot we samen vonden dat het goed genoeg was. En dat we dan de hele tijd van elkaar leerden, omdat met elke vraag weer een nieuwe vraag ontstond.
Heb jij dat al eens geprobeerd? Creatief laten zijn?
Creativiteit laat zich niet sturen.
Stel je eens voor.
Je hebt een blanco vel en daarop mag je vandaag het muziekonderwijs van de toekomst invullen…
Hoe zou de leeromgeving eruitzien waarbinnen je het ultieme muziekonderwijs van morgen creëert?
Geen kunstjes meer. Geen na-aperij. Maar zelf maken. En van daaruit steeds beginnen.
Als we leren spreken, taal leren, beginnen we toch ook niet met de grammatica?
Heb jij het al eens geprobeerd? Creatief vrij laten zijn?
Laten we het samen doen. Jij en ik. Zij en wij.

Ik zie vrije creativiteit in het muziekonderwijs als noodzaak
Ik zie ruimte voor het ontwikkelen van vrije creativiteit in het muziekonderwijs als noodzaak
Ik zie context die stimulerend werkt op het spelende kind als noodzaak
Ik zie ruimte voor het ontwikkelen van context die stimulerend werkt op het spelende kind als noodzaak
Ik zie een individueel kerncurriculum als noodzaak
Ik zie vrije ruimte voor het ontwikkelen van een individueel kerncurriculum als noodzaak
Ik zie ik zie wat jij toch ook ziet?
Ik zie dat het er al is. Zij
Zij zijn er klaar voor
Nu jij en ik nog samen. Wij en zij.

@ShostyMGR #thenose #Gogol #Shostakovich #sterkverhaal – en die lieve meneer Dorst

“Wat er ook gebeurt, altijd blijven lachen”

Bassie

Zierikzee, 4 mei 2015

Achter mij staat een getuige. Vlak en recht achter mij.

Ik heb mijn baton neergelegd en doe een extra stapje naar voren, sta dan met mijn buik tegen de lessenaar. Uit een soort respect, althans zo voelt het op dat moment. De bescheidenheid die als een soort aura om de in een oud (het moet wel oud zijn, want hij is het ook) uniform gestoken man hangt dwingt me bijna tot nederigheid. Hij heeft veel meer medailles dan ik heb. En mooiere ook. Meneer Dorst. Zo wordt hij aangekondigd. Een oud-strijder die iets gaat vertellen.

Er staat in het draaiboek dat zijn verhaal duurt van 19.40 tot 19.45u.

Rondom alle officiële en plechtige poespas zit ik over enkele minuten in een andere wereld, zo zal blijken. Voor me zit het orkest dat enkele minuten eerder in langzame stap de zaal binnentrad, ze doen allemaal hun best zo officieel en respectvol mogelijk te zijn.

De zaal van het verzorgingshuis had ik even daarvoor al geïnspecteerd; dezelfde mensen als vorig jaar, en als het jaar daarvoor en ook daarvoor.  Maar dat lijkt maar zo natuurlijk want er zijn vast al een paar mensen weg. Of gewoon dood. De meneer die ervoor zorgt dat alles precies op tijd gaat is in ieder geval dezelfde als vorig jaar en het jaar daarvoor. Hou ik wel van, iemand die zo strak alles kan regelen zonder al te veel op te vallen. We hebben genoeg aan een knipoog. Het orkest heeft net al mooi en ingetogen gespeeld. Moet me altijd wel inhouden. Ingetogen blijven dirigeren. In de ruimte zitten toch mensen die elk hun eigen verhaal hebben, het moet een beetje muzikaal neutraal blijven, zoiets.

Deze dagen ben ik bezig met het analyseren van een kunstwerk, een studieopdracht. The Nose van Dmitri Shostakovich, een satirische opera gebaseerd op het gelijknamige verhaal wat Nikolai Gogol weer eerder had geschreven. Over de kunstenaar zelf is veel te vinden. En de focus, het zwaartepunt, ligt steeds meer op zijn leven. Tijdens het schrijven ben ik steeds bezig met zoeken welke kant ik uiteindelijk op ga. En ik was er nog niet uit. Over het kunstwerk zelf is wel wat te vinden maar het sterkste en meest karakteristieke van de kunstenaar wordt veel meer belicht. En dan vooral hoe dat gekomen is.

Een dilemma. Het moet toch uiteindelijk echt over het kunstwerk zelf gaan.

Als meneer Dorst begint te vertellen, we staan zowat rug tegen rug, hoor en voel ik een tijdgenoot van Shostakovich. Een tijdgenoot en daarmee ook een getuige. Voor vijf minuten 70 jaar terug in de tijd. Shostakovich is dan 39 jaar en meneer Dorst een 19-jarige jongeman. Duizenden kilometers van elkaar maar in hetzelfde schuitje.

Ik heb hem vanmiddag gebeld, meneer Dorst. En net als gisteravond toen ik hem aansprak na de plechtigheden begint hij nu weer direct over de muziek. Dat hij het zo mooi en treffend heeft gevonden. Zelfs een dag later is hij er nog steeds mee bezig, zegt hij. Hij en zijn vrouw vinden het zo’n toegevoegde waarde hebben, de muziek.

Misschien klinkt het allemaal wat overdreven. Het is vast een cliché, maar je moet erbij geweest zijn om hetzelfde te kunnen voelen. Maar dat geldt voor alles. Als meneer Dorst wordt geboren is Shostakovich waarschijnlijk in zijn hoofd al bezig met muziek te componeren bij Gogol’s verhaal The Nose. Satire als medicijn tegen de werkelijkheid. Absurde kolder als pleister op de wonde. Dat moet het zijn waarom Shostakovich het overleefde. Die zachtaardige en lieve meneer Dorst als levend bewijs. Ik kon hem gewoon aanraken.

#STERKVERHAAL

 Anders schrijf je toch gewoon even een sterk verhaal dat dan bijna 100 jaar later op muziek wordt gezet door @ShostyMGR en weer bijna 100 jaar later gedirigeerd wordt @MetOpera door @ValeryGergiev met fantastische videoanimaties van William Kentridge.

#thenose #Gogol #Shostakovich #Gergiev #strongstory

“All the same, when one reflects well, there really is something in the matter. Whatever may be said to the contrary, such cases do occur—rarely, it is true, but now and then actually” The Nose, a short story by Nikolai Gogol (1835)

The Artist

St. Petersburg (Petrograd, Leningrad), 25 september 1906

Dmitri Shostakovich wordt als tweede van drie kinderen geboren in het gezin van de muzikale Dmitri Boleslavovich Shostakovich en Sofiya Vasilievna Kokoulina. Een bijzonder muzikaal en zeer intelligent kind. Hij is negen jaar als hij zijn eerste pianolessen krijgt van zijn moeder en als hij elf jaar is schrijft hij zijn eerste composities. Via de muziekschool van Gljasser gaat hij twee jaar later studeren aan het conservatorium te Petrograd (St. Petersburg), aangemoedigd door Alexander Glazunov. Als hij in 1924 afstudeert heeft hij inmiddels al bijna twintig composities geschreven en is begonnen aan zijn eerste symfonie, zijn afstudeeropdracht. Het werk wordt twee jaar later in Moskou en Petrograd uitgevoerd. Gecomponeerd in grote artistieke vrijheid, met geloof in verantwoordelijkheid als artistiek staatsdienaar. Gedurfd en jong, overtuigd ideologisch. Uiteindelijk schrijft hij er vijftien in een periode van ruim veertig jaar. Vijftien muzikale getuigenissen van de tijd, haast documentair. Met er in verweven het patriottische gevoel, het oorlogsleed en ook zijn eigen lijden onder en het verzet tegen het Sovjet regime. Zijn zevende symfonie wordt door Bryan Moynahan (1941) in zijn boek Leningrad: Siege and Symphony. Martyred by Stalin, starved by Hitler, immortalized by Shostakovich requiem voor een nobele stad genoemd.

Moynahan refereert hier zeker aan de uitspraak die Shostakovich gedaan zou hebben: “Leningrad was verwoest door Stalin, Hitler deelde slechts de genadeklap uit” in Solomon Volkov’s (1944) Testimony.

De première van de zevende symfonie op 9 augustus 1942 wordt een symbool van doorzettingsvermogen. Van het Leningradse Radiokom-symfonieorkest was meer dan de helft van de musici overleden door honger of granaatvuur. De mensen die waren overgebleven waren fysiek ernstig verzwakt en dirigent Karl Eliasberg betwijfelde of het technisch zware, 80 minuten lange stuk wel kon worden gespeeld. Uit de militaire fanfares werd versterking gehaald en het werk was een uitputtingsslag voor het orkest maar van grote waarde voor het moreel van de Leningraders. Het werd een groot succes, beloond met overweldigend applaus. De uitgeputte Eliasberg zei nadien dat de hele stad haar menselijkheid weer had gevonden. Met muziek als een van de gedeelde behoeften. In 1925 treedt Dmitri toe tot de vakbond voor kunstenaars, hij is dan negentien jaar. Met zijn eclectische manier van componeren of beter: zijn beeld van de actualiteit in een optimistische maar tegelijkertijd tragische maatschappij vindt hij aansluiting bij andere creatieve zoekers. Met zijn opera Lady Macbeth waren twee volle jaren van internationaal succes een feit. Daarna viel het doek. In januari 1936 bezochten Stalin en wat andere Sovjet-officials een uitvoering. Ze verlieten de zaal nog voor de finale en de volgende dag stond het met grote koppen in de Pravda: Chaos in plaats van muziek. Het was niet herkenbaar en toegankelijk en Stalin vond dat het belang van het publiek en de staat daarmee in het geding kwamen. Vanaf dat moment was Shostakovich zijn leven niet zeker, was uitgeroepen tot een ‘vijand des volks’. Zijn koffer stond klaar want hij stond vanaf dat moment op de lijst voor het strafkamp of zelfs de dood. Wachtend op het moment dat zijn naam op de arrestatielijst zou verschijnen. Maar Stalin had anders bepaald. Niet op de lijst en Shostakovich in het ongewisse gelaten. In 1960 treedt Shostakovich toe tot de Communistische Partij, ze willen hem Generaal Secretaris maken van de The Composers’ Union. Hij pleitte in het openbaar tegen de schadelijke invloeden van het Westelijke denken en componeren. Maar wel in een woordkeus die volledig overeenkwam met de officiële publicaties van de Partij. Men is er niet uit of hij omgekocht is of gedwongen, politiek gedwongen onder het mom van een betere relatie tussen de politiek en de Sovjet Unie’s kunstenaars. Of het een uiting was van toewijding, een eigen beslissing…

Een brutaal politiek experiment was het. En het is bekend is dat hij er verdrietig over was en zelfs suïcidaal. Er werden artikelen in de Pravda geplaatst onder zijn naam hoewel hij ze niet geschreven had. Dit blijkt uit de vermeende, door hem zelf gedicteerde, memoires in Volkovs Testimony.  Hij vroeg zich af waar de Partij zo bang voor was in zijn composities. Het was hem in het begin toch alleen maar te doen geweest om de wereld eens vrolijk op te schudden. Voor de onderdrukten, hopeloos van binnen en naar buiten toe glorieus, politiek glorieus. Net als hijzelf. De vijand aanbiddend. Het waren toch slechts harmonieën die de problemen van de mensen weergaven…

Door de gebeurtenissen met de Partij kwam Dmitri in een persoonlijke crisis. Hij schreef het 8e strijkkwartet en gaf het de naam “To the victim’s of fascism and war”. In 1962 kwam de onder politieke druk gereviseerde Lady Macbeth opnieuw op de lessenaars. Als Stalin overlijdt is hij in de war en moe van het gevecht om zijn artistieke integriteit. Elke noot gecomponeerd door Dmitri bevat een reactie op het regime van Stalin, op de de terreur en de zuiveringen. Steeds net binnen de lijnen maar altijd in strijd met zijn geestelijke integriteit. Een noot het werk laten doen van tien. Dubbelzinnig vanwege de pogingen aan te sluiten bij de expressionistisch-experimentele fase van de Sovjet-muziek onder Lenin en tegelijkertijd voldoen aan de eis van Stalin staats-socialistisch te zijn. Door de aanbeden vijand gebonden. Het regime overleefd. Niet dankzij maar ondanks. De revolutie gaf zijn creativiteit de vrijheid en tegelijkertijd moest hij zijn eigen creativiteit indammen. Het werden harmonische dialecten. Muzikale compromissen.

Moskou, 9 augustus 1975, Dmitri Shostakovich sterft als People’s Artist of the Sovjet Union. Symfonieën, concerten, opera’s, kamermuziek, pianomuziek, balletten en filmmuziek. Totaal 147 werken.

Stalin heeft de dood van meer dan 30 miljoen mensen op zijn geweten.

“Vraag niets aan mij, vraag het de muziek” – Dmitri Shostakovich

The Nose

Nikolai Gogol (1809-1852), een Russisch novellist, dichter, schrijver van korte verhalen, criticus en essayist, schreef in 1835 en 1836 het komische verhaal The Nose waarin een bureaucraat uit St. Petersburg ’s morgens tot de ontdekking komt dat zijn neus weg is. Als hij zijn neus vervolgens weer vindt ontdekt hij dat zijn neus een compleet eigen leven is gaan leiden en dan ook nog als een hogere bureaucraat dan hij zelf is. De neus weigert met hem te spreken en zo zijn ze verdeeld tegen zichzelf. Als aan het eind de neus weer herenigd is met de bureaucraat solliciteert de man direct naar een hogere functie, jaloers geworden op zichzelf. Ultiem satirisch. Hoewel het verhaal slechts vooral wordt gezien als een komische satire zien critici het liever meer als een sociale satire over de Russische cultuur, een Marxistische kritiek van de sociaal-economische klasse. En als een psycho-sexuele fantasie. Het verhaal werd geweigerd door de eerste uitgever aan wie Gogol het aanbood omdat het vulgair zou zijn. Voorheen was de titel De Droom en geschreven als een hersenschim, een schrikbeeld. De titel in het Russisch, Nos, maar dan achteruit gespeld is Russisch voor droom. Het idee van een verhaal schrijven waarin een neus de centrale rol heeft was overigens niet helemaal origineel. Tussen 1820 en 1830 was het mode in de Russische literatuur om over neuzen te schrijven. Door het hele verhaal heen zijn de meer smerige details van het dagelijkse leven verweven, Gogol was er door gefascineerd. En hij verstond de kunst van het balanceren tussen fantasie en realiteit. De Franse auteur Prosper Mérimée (1803-1870) waagde zich aan een vertaling van het verhaal van Gogol. De Russiche taal kan zich bewonderenswaardig aanpassen om de meest delicate gedachten te verwoorden. Met slechts een enkel woord kunnen verschillende ideeën worden omschreven. Kun je je voorstellen wat dit doet met de gedachten van een schrijver als Gogol, die hier blijkbaar goed mee kon omgaan?

Satire is het speciale talent van Gogol. Zijn omschrijvingen verraden een soort voorkeur voor de lelijke en droefgeestige elementen van het leven. Zijn getekende karakters zijn bijna beperkt tot idioten. Zijn doelwitten waren meestal de mannen van het platteland die slechts een enkele keer naar St. Petersburg reisden, de rest van hun tijd doorbrachten op hun landgoederen, veel aten, weinig lazen en nagenoeg niet dachten.

Zowel Gogol als Shostakovich namen stelling tegen een onpersoonlijke wereld.

Gogol en Shostakovich, ze zaten op dezelfde lijn.

En later William Kentridge. Ze hebben alledrie een  overeenkomstige ideologie en spreken dezelfde “taal”. Ze hebben alledrie het gegeven vergroot, het als een soort taal ontvouwd, om de wereld beter te begrijpen. Ze verstonden de kunst elkaars cultuur te begrijpen en er betekenis aan te geven met muziek en animatie als middel. Ze hadden moeite gedaan elkaars kunst te begrijpen. Hadden er houvast in gevonden. William Kentridge is als Zuid-Afrikaan bekend met het begrip Apartheid. Hij en zijn vrouw werken allebei als advocaat en zijn specialist in het verdedigen van slachtoffers van onderdrukking en discriminatie. Zijn affiniteit met het werk en de behoefte om iets met dit werk te doen is zeker geen toeval. Tragische comedie tegenover sociale actualiteit en net als apartheid een kwade en absurde logica. Meer dan voldoende inspiratie dus. Het grootste korte verhaal aller tijden, dixit Kentridge. Bijna honderd jaar later nadat Gogol het verhaal schreef schrijft Shostakovich The Nose, zijn eerste opera, geschreven tussen 1927 en 1928 en gebaseerd op het gelijknamige verhaal van Gogol. Het libretto van de satirische opera was van Yevgeni Zamyatin, George Ionin en Alexander Preis en Shostakovich zelf. Na de concertante première in Maly Theater in Leningrad op 18 januari 1930 zijn er negatieve recensies en verontwaardigde reacties van Dmitri’s collega’s. En hij had het aan zien komen. Hij was al op voorhand tegen een concertuitvoering geweest en had aangegeven dat het werk alle betekenis zou verliezen wanneer het slechts als een concertwerk gezien zou worden. Desondanks zijn er daarna voordat het werk definitief naar de kelder werd verwezen nog zestien succesvolle uitvoeringen geweest. Het duurt dan tot 1974 tot het werk weer in de Sovjet Unie wordt uitgevoerd, in aanwezigheid van de componist zelf. Het vermelden waard is een van de Amerikaanse premières; die werd gedirigeerd door Edo de Waart in Santa Fe in 1987. The Metropolitan Opera House in New York City programmeert The Nose in een spectaculaire setting in september 2013. De veelzijdigheid van het werk zou gaan blijken met William Kentridge’s (1955) rol als productieleider en designer. En met dirigent Valery Gergiev als muzikaal leider (wie zou dit werk van Shostakovich beter kunnen begrijpen) was succes verzekerd. De combinatie van absurde verhaal en de muziek zou tweehonderd jaar later nog steeds krachtig uitnodigen tot creativiteit. Alle absurdistische details werden door Kentridge uitvergroot tot nog meer absurditeiten, het gedachtegoed van Shostakovich versterkend, inclusief de extreme tegenstellingen die we kennen van hem. Had met de interpretatie van Kentridge deze reproductie aan kracht ingeboet zodat ons iets ontgaan zou zijn van het origineel? Een eventueel verlies van de kracht van het origineel is niet per definitie iets slechts. Het levert juist een bijdrage aan de emancipatie van de mens. De triomf van het ongemak, de kinderlijkheid. Daar zit de kracht, te ontdekken en te scheppen, opstandig en zoekend in de heersende sociale omgeving. En de beelden van Kentridge verhevigen de zintuigelijke waarneming en vergroten daarmee ook nog eens ons menselijk vermogen tot waarnemen.  Tragische intensiteit en groteske humor, folkloristische uitbundigheid en elementaire somberheid, subliem en banaal. In Shostakovich’s The Nose klinkt een gedurfde combinatie van verschillende muziekstijlen. Ook is interesse in een meer avant-gardistische stijl van componeren te horen, Alban Berg’s Wozzeck had hem uitgedaagd. Het woord dissonant bestaat dan nog niet. En Shostakovich laat zich volledig gaan; harmonische akkoorden zijn er nauwelijks. Elk karakter heeft ook een eigen instrument, tot aan zingende zaag toe. Alsof hij na het succes van zijn eerste symfonie dacht dat hij kon gaan experimenteren…op dat moment nog ongehinderd door het Sovjet-regime. De soms zeer korte scenes werden afgewisseld met dramatische orkestrale interludes, atonaal en lyrisch staan lijnrecht tegenover elkaar. Er is zelfs een drie minuten durende instrumentale interlude te horen alleen door het slagwerk. En alle onderdelen passen perfect bij het verhaal. Van de cast werden extremiteiten verwacht; meer dan 75 verschillende rollen vereisten 30 verschillende zangers die soms partijen moesten zingen die dichterbij spreken dan bij zingen kwamen. De typische humor, het gebruik van volksmelodieën, sombere zelfbeschouwingen en wilde walsen karakteriseren het werk. Met een adembenemende dichtheid aan emoties en gebeurtenissen. Ook de instrumentatie is bijzonder te noemen met naast de meer klassieke bezetting ook instrumenten als castagnetten, een ratel, een balalaika en een flexatone. Geen alledaags werk, The Nose. Je programmeert het niet even. Het is een uitdaging, vooral voor het koper en de zangers. Gergiev geeft aan dat ook de partituur zeer ingewikkeld is, ondanks de kamermuziekbezetting. Wat het voor de instrumentalisten overigens ook zeer moeilijk maakt, elke partij is immers zeer duidelijk waarneembaar. Vijfhonderd pagina’s flexibele energie, alsof het werk in een dag geschreven is…

Individuality

De diversiteit in het totale oevre van deze bijzondere componist is niet in een paar woorden te vangen. Hoewel eigenheid hier een nog treffender woord is. Zelf was hij een man van weinig woorden. “Vraag niets aan mij, vraag het de muziek”. Een heldere uitspraak.

Zonder zijn totale, omvangrijke werk tekort te doen licht ik enkele  specifieke aspecten toe. Om het tekort aan woorden op te vangen ook enkele beeld- en geluidsfragmenten. Dmitri was een meester in het verbergen van boodschappen in zijn muziek. Dat klinkt nu als een grappig muzikaal spel maar niets is minder waar.

Om te kunnen overleven moest hij zich wel aanpassen. Hij wist echter zijn muziek zodanig te componeren, dat hij weliswaar voldeed aan de eisen die Stalin aan Sovjetmuziek stelde, maar waarin hij tegelijkertijd zijn gevoelens kon uiten.

Nu moet je die zin nog maar eens lezen. Een meester in het verbergen van boodschappen. Persoonlijke boodschappen, zijn manier van het leven onder de druk van Stalin verwerken. Maar er waren mensen die de diepere betekenis van zijn werk doorzagen.

Een dictaat uit Testimony:

“Dit maakte het componeren steeds moeilijker voor me. Dat klinkt waarschijnlijk wonderlijk. Meestal zal het wel andersom zijn. Als je begrepen wordt, schrijf je makkelijker. Maar hier is alles omgekeerd. Immers: hoe groter je publiek, hoe meer verklikkers. En hoe meer mensen begrijpen waar het over gaat, hoe groter de waarschijnlijkheid dat je wordt aangebracht.” 

De enorme wilskracht en het grote doorzettingsvermogen hebben er desondanks voor gezorgd dat we tot op de dag van vandaag zijn persoonlijke verhalen, zijn instrumentale dagboeken kunnen beleven. Men spreekt vandaag de dag steeds over een grote emotionele intensiteit, soms satirisch en niet zelden humoristisch. Een zeer heldere en zeker toch ook confronterende blik terug in de geschiedenis. Meer duidelijk misschien nog wel dan alle beelden en boeken bij elkaar. Een verborgen gedachte in elke noot.

Untroubled serenity

Zijn enorme vermogen tot schakelen tussen de koude, harteloze werkelijkheid en de warmte van zijn gezin zullen hem ongetwijfeld ook geholpen hebben. Relativeren was verheven tot de allerhoogste kunst en Dmitri was er een absolute meester in. Plezier hebben met zijn kinderen, lachen en daardoor de vrolijkheid weer oproepen. Dmitri was een liefhebbende papa voor zijn twee kinderen Maxim en Galina.

Opposition

Bryan Moynahan schrijft in zijn boek over Shostakovich’s zevende symfonie dat het een heroïsch werk is, met grootschalige ambities, geschreven in lange lijnen. Krachtige, melodieuze en trefzekere muziek. Dit muzikale monument draagt als titel Leningrad en de inhoud was zó krachtig dat het de mensen die bij de premiére aanwezig waren vertrouwen gaf. En dat gevoel weer doorgaven aan hen die er niet bij waren.

“We hoorden het in de muziek,” zei dirigent Karl Eliasberg later. “De concertzaal, de mensen in hun appartementen, de soldaten aan het front, de hele stad had haar menselijkheid gevonden. Op dat moment zegevierden we over de gevoelloze oorlogsmachine van de nazi’s.” Ze konden het aan, ze konden overleven.

Het werk wordt gezien als symbool van het verzet tegen het totalitaire nazi-regime en militarisme. Ook nu nog wordt het beschouwd als een groots muzikaal testament voor de vijfentwintig miljoen Sovjetburgers die gedurende de Grote Vaderlandse Oorlog hun leven lieten. En de interpretatie en de ontstaansgeschiedenis van het werk worden nog steeds bestudeerd, bekritiseerd en gemanipuleerd. In de indrukwekkende documentaire Shostakovich contra Stalin – The War Symphonies geeft dirigent Valery Gergiev aan dat hij het meest onder de indruk is van het feit dat Dmitri niet alleen schrijft over wat dan is, maar ook over wat hij verwacht dat komen gaat. Familie en vrienden van de componist inclusief zijn dochter Galina getuigen van het moeilijk leven gedurende oorlogstijd. Onheilspellend, dreiging, onrust, ingehouden woede, waakzaamheid, angst…

Zelfs als je niet bent geboren in oorlogstijd en je er eigenlijk weinig van kunt voorstellen  voel je het…

Coda

Wat zou er gebeurd zijn als Shostakovich nooit gestoord zou zijn in het zuiver componeren, het scheppen. Nooit gestoord door politiek, oorlog, onderdrukking en terreur? Hoe zou zijn vijfde symfonie dan geworden zijn? Zou Mahler een flinke concurrent hebben gehad, voor zover je dit begrip kunt gebruiken. En zou Lady Macbeth juist ouderwets zijn? Of is het succes juist te danken aan de tegenstand die het eerst opriep met alle gevolgen van dien? Een heel andere kant, als we naar vrouwelijke componisten kijken als bijvoorbeeld de bijzonder getalenteerde zus van Felix Mendelssohn, Fanny Mendelsohn (1805-1847), die letterlijk naar het aanrecht werd verwezen door haar broer omdat die vond dat dit zo hoorde, zien we desondanks  dat ze blijkbaar toch een manier gevonden had zich te uiten, ondanks het sociale keurslijf. Net als Shostakovich. Of zijn storende elementen gewoon iets van alle tijden en maken die juist het succes van een kunstenaar? Alsof ze er gewoon bij horen. En de ene keer iets meer storend dan de andere keer.

Wie het weet mag het zeggen.

Toch even terug naar het begin. Het verhaal is nog niet compleet zo. En dan naar Umberto Eco’s (1932) Geschiedenis van de Schoonheid (2004). Voor zover ik kan achterhalen overigens niet in het Russisch vertaald. En daar zou best een satirisch verhaal in kunnen zitten. Bladerend door het prachtige boek loop je als het ware door de geschiedenis, een museum en bibliotheek, passend in twee handen. Of, als je even moet bijkomen van zoveel moois, op twee knieën. Eco schrijft dat in de avant-garde de kwestie ‘Schoonheid’ geen rol speelt. Ze wil de mens met andere ogen naar de wereld leren kijken. De beroemde auteur is dertien jaar als meneer Dorst de Vrijheid viert. En als je dertien bent heb je nog weinig verstand van politiek en wil je erbij horen. En net als zijn vriendjes was hij onder het regime van Mussolini lid van een fascistische groepering voor kinderen. Pas later kwam hij in aanraking met het democratische systeem, gelukkig.

Meneer Dorst overleeft de Tweede Wereldoorlog ondanks dat hij is neergeschoten en daardoor een nier en zijn milt moet missen. Geen genadeschot voor hem want hij hield zich dood.

Shostakovich denkt met zijn koffer klaar in de gang een groot deel van zijn leven dat hij de volgende dag niet gaat halen.

Eco wordt gelukkig nog op tijd wakker.

En Gogol, die schreef er een sterk verhaal over.

Meneer Dorst woont trouwens in een straat genaamd Vrije.

GEEN ID – pleidooi voor spelen

GEENIDfotoGEEN ID – pleidooi voor spelen

 

“Kinderen in een wachtkamer. Waar wachten ze op, wat hebben ze gemeen? Wie zijn ze? Ze hebben geen idee. Dat is het probleem.”

 

Dinsdag 24 februari 2015, kunstlokaal, 1e uur

Ze was weg.
Het meisje met ADHD dat elke les voor verrassingen kon zorgen. Nooit had mijn lesvoorbereiding voor deze groep kans op uitvoering zoals ze op papier en in mijn hoofd zat. De lesvoorbereidingen moesten standaard zeer flexibel te gebruiken zijn. En de lessen die ik telkens daarna met andere klassen had voelden steeds wat mat. Maar dat was ook geen wonder na een blokuur windkracht tien. De weken voor haar vertrek liet ze blijken dat ze heel hard haar best wilde doen. Ik ben er overigens niet helemaal uit of haar motivatie echt intrinsiek was of dat ze het puur voor mij deed. Ik neig naar het eerste. Maar je zag dat het haar moeite kostte, ze deed echt haar best. Het lukte haar niet altijd een blokuur lang om gefocust te blijven maar ik moet de eerste leerling die dat kan nog tegenkomen.
Focus voor een opdracht en focus voor een boodschapje of klusje voor mevrouw Kotoun zijn toch twee verschillende dingen…in haar ogen dan.
Raar toch eigenlijk. Een opdracht is toch een opdracht zou je zeggen.
Of scheelde het dat wanneer ze wat extra papier mocht halen, of de lijmpotjes mocht bijvullen, een loopje had. Even weg uit die cirkel van de opdracht aan haar tafel. Met in haar achterhoofd de beoordeling die er aan vastkleefde, als een onafwendbaar donker lot. Het zwaard van Damocles. Het stond zowat op haar voorhoofd, alsof zij de uitverkorene was. Een Harry Potter.
Want, ze was niet goed in tekenen. Tenminste, dat vond ze zelf; ze was nergens goed in.
Ik weet wel beter. En als ik haar dan toch een beoordeling moet geven, kon het in zijn geval beter gericht zijn op haar leerproces in plaats van op haar eindproduct. Voor zover je daar al van kunt spreken als het over kunst gaat. Daar is immers nooit iets af.

“Het illusief of verbeeldend spel, het ‘alsof’ spel, heeft een bijzondere rol in de cognitieve ontwikkeling. Met het opbouwen van een eigen wereldje wordt het mogelijk om de dagelijkse ervaringen op eigen niveau nog eens door te nemen.” (Dr. Elly Singer).

Het is niet ondenkbaar dat wanneer ze een klusje buiten het lokaal mocht doen ze wandelend door de stille gangen zich inbeeldde dat ze de directeur van de school was, op inspectieronde. En het is ook niet ondenkbaar dat ze dan nadacht over wat ze allemaal zou veranderen op haar school.
Een spel, dat wel. Maar het leermoment van die vijf minuten is absoluut vele malen groter dan dat blokuur werken aan een opdracht waar ze het nut totaal niet van inziet.

Zij, de eeuwige wervelwind, en altijd zonnig.
Ze weigert nog steeds medicatie, zo werd me laatst verteld toen ik informeerde naar hoe het nu met haar gaat. Ze zou na de vakantie naar een andere school gaan omdat ze ging verhuizen maar ze is er nog steeds. Dat wil zeggen, ze volgt nu tot aan de volgende vakantie haar lessen Elders. Daar zijn ze aan het proberen haar weer in het juiste gareel te krijgen. Zodat ze straks weer volgens de norm mee kan in de gewone lessen.
Elders, daar kom je alleen terecht als je niet te hanteren bent in de wereld die normaal heet. Heeft iets negatiefs. Een soort Alcatraz. Verbannen.
En zo voelt het voor haar zo goed als zeker weer als een straf, en er was weer iets toe te voegen aan het lijstje van dingen die ze niet kan. Gedwongen schikken naar een persoonlijkheid die je misschien wel niet bent.

Waar waren de docenten die haar hielpen zichzelf te ontdekken, en te ontwikkelen, door haar vermogen tot assimileren, leren, positief te prikkelen in plaats van haar te vragen zichzelf in de steek te laten?
Of zaten die ook gevangen in het systeem?

Een half jaar klooien en uiteindelijk de zere plek maar amputeren in de hoop dat het anderen wel is gelukt als ze terugkomt. Als ze nog terugkomt.

 

Accomoderen (leren) kan niet zonder assimileren (spelen). Als er alleen gevraagd wordt cognities aan te passen zonder te spelen verlies kinderen zichzelf. Leren is als een reis met als kracht de ervaring als beginpunt. (Gillert, A., Leren van de reis. De betekenis van reizen, spelen en ervaren. Develop, nr. 2, 2008, p.29 – 35. Thema: Speel!)

Ze zit in de wachtkamer, net als heel veel andere kinderen van haar leeftijd. En het lijkt me weer niet ondenkbaar dat ze niet gerijmd krijgt waarom ze daar eigenlijk zit.

 

Vrijdag 15 mei 2015, kunstlokaal, 3e uur

Het kunstlokaal is een fijn lokaal om in te zitten. Vooral als het mooi weer is. Ik had al wat ramen op een kier gezet, voor nog meer van buiten naar binnen en omdat ik net uit Spanje kwam wat bachata muziek op de achtergrond.

“Mevrouw, als het mooi weer zou zijn dan mochten we toch naar buiten? Jaha, dat heeft u zelf gezegd”.

Zo kwamen ze binnen die ochtend, haar groep. Ik was mijn uitspraak al weer vergeten maar had het inderdaad beloofd. En als je iets belooft moet je het ook nakomen. En als er één regel is die je als docent niet mag verbreken is het de belofte regel wel. Nu ook mijn geheugen nog fris houden… De suffe buitenopdracht van vorig jaar, lentefoto’s maken, was geen optie wat mij betreft.

Ik had eigenlijk voor vandaag een opdracht over muziekstijlen mee, Your Choice, een project. Deze opdracht had ik tamelijk vrij opgezet en was vanaf de geboorte een maand eerder in mijn hoofd nog vrijer geworden dan hij aanvankelijk was.
Maar goed, ze wilden dus naar buiten.
Improviseren dan maar.
Maak teams en verzin je eigen opdracht was de boodschap, laat je inspireren door buiten.
Dat was wel ontzettend vrij maar paste wel mooi in de lijn van waar we de afgelopen weken steeds over spraken. Vrije creativiteit, zoiets was het. Geprikkeld door een filmpje waar een klasgenoot van haar een tijdje geleden mee kwam. Ze heeft het filmpje en de daaropvolgende discussie trouwens nog wel meegekregen, het was de laatste les voordat ze naar Elders moest.
Het was een probeersel, zo’n totaal vrije opdracht. Maar ik geloof er in. En ook dat je dan een beoordeling geeft die gebaseerd is op het proces. Of nog beter, dat ze zichzelf beoordelen.
Is trouwens best een naar woord: beoordelen. Reflecteren zou beter passen.

Na een kleine tien minuten kwam er al een team terug. Het lukte ze niet iets te bedenken en ze vroegen of ze de opdracht mochten doen die ik aanvankelijk voor ze had meegenomen.
Dit mocht, vanzelfsprekend.
De ogen van één leerling uit dat team gingen glinsteren toen ik vertelde over de inhoud van de opdracht. Ik zag het direct, deze opdracht paste dit kind perfect.

Creatieve ouders, creatief kind. Het is een wijs kind, gepokt en gemazeld door het leven zelf, met een eigen mening.
De opdracht Your Choice was echt iets voor deze stoere en lieve jonge artiest. Het team werd ook aangestoken door het enthousiasme en ik kon de rest van het lesuur genieten van een fantastisch uitzicht: een team aan het onderzoeken, enthousiast en intrinsiek gemotiveerd. De gedrevenheid spatte er gewoon van af.

En het mooiste moment moest nog komen. Toen ik tegen het eind van de les informeerde naar de gekozen muziekstijl kon de gemaakte keuze glashelder worden toegelicht. En het ging veel verder dan de mededeling ‘ik vind het gewoon mooi’. Er kon worden uitgelegd waarom er verwantschap werd gevoeld met de stijl en vooral de artiest, wat er gevoeld werd bij de muziek. Er stond hier een puber die een stukje van de persoonlijke belevingswereld met daarachter een pijnlijk gisteren deelde, met mij, een volwassene. Wat een voorbeeld! Dat wil ik ook leren! Ik keek erg uit naar de presentatie van dat team.

Inmiddels zijn we een paar lessen verder en de opdracht is onderweg wat aangepast. Weg met de beoordeling van het eindproduct en ook weg met een opgelegde deadline.
Nog zo’n naar woord: deadline. Een dode lijn? Juist in het onderwijs past deze toch totaal niet? En zeker niet gezien de fase waar deze kinderen zich in bevinden.

Als er ergens géén dode lijn past, is het in het onderwijs.
Afgelopen vrijdag moesten de teams bekend maken wanneer ze willen presenteren en elk team heeft een datum voorgesteld.
Zelf verantwoordelijk, zelf doen, zelf beleven, eigenaar van het proces.
Spelend leren, lerend spelen.
Onzichtbaar leren.

 

Onno Hansen en Bata Staszynska stellen in hun onderzoek, in het kader van het Europese project Dynamic Identity (mei 2015) dat jongeren niet leren maar ervaring opdoen.
Jongeren geven volgens Hansen en Staszynska aan geen rol te spelen maar altijd zichzelf te zijn. Veel jongeren zien het spelen van een rol ook als iets oneerlijks. Het aanpassen aan datgene wat een specifieke situatie van je verlangt, lijkt voor veel van hen op liegen. Hoewel zij zien dat veel volwassenen dit doen, zegt een grote groep jongeren dat zij overal en altijd hetzelfde zijn. En als zij op school bijvoorbeeld iets niet zeggen of iets niet doen, dan is dat alleen omdat zij straf verwachten als zij dit wel zouden doen.

Jezelf zijn, authentiek zijn betekent niet meedoen aan de hypocriete wereld van volwassenen. Authentiek zijn betekent je niet in een hokje laten stoppen maar overal hapjes uit nemen en naar hartelust de meeste diverse elementen mengen.
Spelen, prutsen.

Toen leerlingen werd gevraagd de selfie van henzelf te tekenen die nooit zou mogen bestaan, tekende ongeveer de helft van hen zichzelf voor de neergestorte MH17 of voor een rij mensen die onthoofd werden door IS. Een kleiner gedeelte tekende zichzelf zoals te verwachten: met lelijke haren en pukkels (jongens en meisjes). De negatieve beelden waren net zo makkelijk doorgedrongen tot hun identiteit als nieuwe apps dat doen.

Authentiek zijn betekent dus niet dat je je vastlegt op een identiteit. Je vindt jezelf doorlopend opnieuw uit, maar authentiek, zonder rollen te spelen dus.
Je bewegende identiteit. Eigen en authentiek. Voortdurend in ontwikkeling, een leven lang. Steeds grensoverschrijdend en intrinsiek gemotiveerd.

Als jongeren iets tegen komen wat interessant is, is het niet nieuw maar wordt het zonder poespas toegevoegd aan wat zij al kennen en wordt het een vanzelfsprekend deel van hun leven. Ook negatieve ervaringen worden als vanzelfsprekend toegevoegd aan de eigen, authentieke mix van elementen die hun identiteit is.

Jongeren kiezen uiteindelijk toch zelf wat zij wel of niet toelaten in hun identiteitsmix.
Hiërarchische overwegingen (dwang, leren) werken niet om jongeren iets te laten aannemen, terwijl straf ze alleen maar tijdelijk onderdrukt. De enige vorm van contact die lijkt te werken met jongeren is het voeren van een normaal gesprek, waarin zij serieus genomen worden. In een dergelijk gesprek zijn velen bereid om met respect te luisteren en hun afwegingen opnieuw te bekijken. De toverwoorden hier zijn interactie en gebrek aan hiërarchie.
Kinderen vinden hun persoonlijkheid voortdurend opnieuw uit. Daarom kunnen we geen zinvolle inzichten ontwikkelen om de wereld om ons heen te begrijpen, laat staan dat wij passende persoonlijkheden kunnen ontwikkelen. Er is geen tijd om te leren, er is alleen tijd om ons telkens weer aan te passen. Er is geen tijd om duurzame strategieën te creëren, om te functioneren in specifieke contexten (rollen), dus spelen wij geen rollen meer. Reagerend op onze steeds vloeibaar wordende omgeving, vinden we voortdurend onze persoonlijkheid opnieuw uit, gebruik makend van wat wij genetisch hebben meegekregen en wat we onderweg aan ervaringen en informatie hebben verzameld.

 

In het artikel Spelen is het nieuwe Leren (2013) geeft Arne Gillert aan dat een van de meest boeiende vragen die wetenschappers zich al een hele tijd stellen, is wat de toegevoegde waarde is van het spelen – want het komt bij bijna alle diersoorten voor, net zoals bij mensen. Waarom spelen we?

Spelen is gevaarlijk en er is veel onderzoek dat aantoont dat spelende jonge dieren makkelijker ten prooi vallen aan roofdieren of dodelijk verongelukken, dan wanneer ze niet spelen. Je zou dus aannemen dat spelen via het proces van natuurlijke selectie al lang uitgeroeid zou zijn, als het niet ergens van toegevoegde waarde was. Als spelen niets oplevert behalve risico, zouden de niet- spelende jonge dieren gewoon beter overleven dan hun spelende soortgenoten en op langere termijn de overhand hebben.

Spelen moet dus iets opleveren. Men is er lang vanuit gegaan dat kinderen via het spel leren. Kittens bijvoorbeeld zouden dan via hun spel met een bal leren om te jagen. Echter, deze theorie kan niet worden onderbouwd want kittens die in hun jeugd niet spelen, jagen later net zo goed als kittens die dat wel doen. Het verschil ligt op een ander gebied: de katten die in hun jeugd niet hebben mogen spelen, hebben heel veel moeite om het verschil te maken tussen vriend en vijand, ze worden eenzaam, vinden het lastig om contact te maken met soortgenoten. In menselijke termen zou je het de ontwikkeling van je sociale en emotionele intelligentie kunnen noemen. Het is nog niet zeker, maar het spelen van kinderen (en volwassenen) lijkt dus met name op dat gebied onontbeerlijk te zijn.

Januari is mijn naam
en ik kan heel wat aan
en als ik kom, mag je niet zonder sjaal naar buiten gaan! Maar ik kan je ook plezieren
als je op je ski’s wilt zwieren
strooi ik sneeuw in dalen en leg ijs in de rivieren

Deze tekst komt uit een liedje van Alf Prøysen. Het staat in majeur.
Jon-Roar Bjørkvold leidt met deze tekst zijn boek De Muzische Mens in.
Hij heeft het in de inleiding ook over de dichter die schreef over het zielenvuur versus de elementen.

Je kan deze zin zo op alles in dit stuk leggen.

De verborgen passie van de jong volwassene versus de traditionele norm van de volwassene. Het ontdekkende kind versus het dominante onderwijsparadigma.
De multidisciplinair denkende puber versus de rechtlijnige docent.
Van nature creatief denkende wezens versus de leerfabriek.

De triomf van het ongemak (Bjørkvold) versus het veilige gemak.

 

Kijk nu nog eens naar de foto en dan vooral goed naar de kinderen, hun gezichtsuitdrukking. En lees de zinnen er net onder nog eens goed.

Geen ID is een verhaal, een theaterstuk. En de foto is gemaakt tijdens een repetitie.
Het stuk is geschreven door een groep tieners uit verschillende klassen van de school waar ik werk. Ze zijn lid van de Jeugd Theater School Zeeland en hebben samen met regisseur Jora Mohlmann maanden aan dit stuk gewerkt.
Het gaat over de ramp met de MH17. Ze spelen de slachtoffers die zich bevinden in een soort ruimteloze ruimte wat later de overgang van verongelukt, dood of bijna dood naar ‘hiernietmeer’ blijkt te zijn. Een indrukwekkend stuk, indrukwekkend gespeeld ook.
Misschien hoefden ze helemaal niet te spelen en konden ze gewoon zichzelf zijn.
Alsof ze in een blauwdruk van hun lerende leven zaten.

Grappig wel. Was begin van schooljaar 2014 structuur een heilig woord voor me, nu lijkt alle structuur verdwenen. Of toch niet?
De groep van de tiener die nu Elders zat was het schooljaar spelend begonnen, dat wel. En het was best lastig, zoveel vrijheid voor iemand als zij. En nu, bijna aan het eind van dit jaar wordt de ontwikkeling die deze groep heeft doorgemaakt duidelijk.

Het woord is nog steeds heilig, dus niet weg. Alleen is er nu iets bijgekomen, het begrip is breder geworden.
Het spelen. Net zoals in het PO, en daarvoor.
De structuur van het spelen in het PO moet ook in het VO gecontinueerd worden.

Structureel en vooral authentiek.

Cathy Kotoun

Zierikzee, mei 2015

 

Aartje en de buschauffeurs

Aartje en de buschauffeurs.

Het was een reis om nooit te vergeten. Wat een groep, wat een sfeer. En wat een muziek! Dat ze zo’n reis mochten maken met ons orkest hadden ze nooit durven dromen, onze nieuwe vrienden de buschauffeurs. Hun collega’s zouden moeite hebben hun fantastische verhaal te geloven bij thuiskomst, ja het was zelfs vele malen mooier dan de allermooiste busreis in de jongensdroom over buschauffeur worden.
En ze kregen er nog voor betaald ook. Wat een geweldig beroep moet dat zijn, buschauffeur.

Vanaf de eerste kennismaking zat het al direct goed. Het Brabantse busduo had het dan ook wel heel goed getroffen met ons. Dat gebeurt je in je leven als buschauffeur maar een keer; zo’n enthousiast orkest als het onze naar Vaison la Romaine mogen rijden.

We staan bekend als bevlogen muzikanten in een sociaal en bijzonder gastvrij orkest. Beter kun je het als buschauffeurs niet treffen. En we waren goed voorbereid, ja hadden zelfs in de weken voor het vertrek naar de Provence intensief geoefend. Het mocht onze bushelden aan niets ontbreken want we hebben een reputatie hoog te houden. We hebben in de groep zelfs een speciale clubtrofee; de witte helm met het blauwe zwaailicht heeft een hoog aanzien en wordt alleen uitgereikt wanneer uitzonderlijke prestaties zijn geleverd.
Er gaan stemmen op om de felbegeerde prijs deze keer uit te reiken aan onze buschauffeurs. Gewoon, omdat we vinden dat ze het absoluut verdiend hebben.

Het mocht ze aan niets ontbreken tijdens hun reis vonden we eensgezind.
Muisstil waren we als een van hun wilde slapen en telkens bij het in- en uitladen van de bagage en instrumenten stonden we allemaal in de rij om de klus van ze over te nemen
We vonden het ook allemaal een enorm knappe prestatie, zo’n eind rijden en dan ook nog in een voor hun nieuw dus onbekend gebied. In mateloze bewondering luisterden we naar hun spelregels in de bus die volledig uit het hoofd werden voorgedragen, gewoon tijdens het rijden. Bij de eerste stop kreeg een van de orkestleden terecht een forse uitbrander van de buschauffeurs; de muzikant in kwestie vergat per ongeluk een vol afvalzakje mee naar buiten te nemen tijdens een stop. We vonden hun felle en kordate reactie allemaal terecht. Je kan als buschauffeurs niet duidelijk genoeg zijn. Zoals we hadden afgesproken wanneer zich onverhoopt toch iets dergelijks voordeed deden we snel met z’n allen een flink tandje bij en hierdoor werd hun humeur gelukkig niet al te veel minder. Het had gemakkelijk hun hele reis kunnen bederven.
Toen we ’s morgens vroeg aankwamen in Vaison gaven ze aan dat ze zo snel mogelijk wilden gaan slapen. Niemand vond het raar dat ze na zo’n nacht niet meer konden helpen met het uitladen van de instrumenten. Ook konden we het allemaal volledig begrijpen toen ze vroegen of het uitladen nog wat sneller kon. We stelden alles in het werk om daarna nog sneller te werken, want zo zijn we.
De bus was gelukkig snel leeg en na het inchecken was er wat tijd om ons onderkomen voor de komende dagen te verkennen, fluisterend want we wilden de buschauffeurs niet nog meer storen.
De dagen daarna waren indrukwekkend. Wat een uithoudingsvermogen hadden ze en wat een doorzetters waren het. We gunden ze van harte het bijkom-moment na elke rit, hoe kort ook. En we accepteerden moeiteloos en zonder protest het verbod om dan tussendoor terug in de bus te gaan.

Toen een van de slagwerkers zich niet meer op tijd had kunnen omkleden omdat hij na een optreden het slagwerk moest inladen en vanwege ernstige wagenziekte had gewacht met omkleden tot de bus weer gestopt was moesten we allemaal erg lachen toen hij met zijn broek nog op zijn knieën de bus werd uitgestuurd omdat het te lang duurde. Eigen schuld dikke bult vonden we eensgezind. We overwegen om het incident op de agenda van de komende ledenvergadering te zetten. Er zal over gestemd moeten worden; of iemand met wagenziekte wel geschikt is om mee te gaan. Het zou ons gastvrije, sociale en behulpzame imago ernstig kunnen schaden tenslotte.

Sprakeloos waren we toen de buschauffeurs de beroemde en majestueuze Mont Ventoux met de grote bus helemaal tot de top bedwongen. Met de vlam in de pijp waren ze naar boven gevlogen en we waren stil onder de indruk van de stoere snelheid waarmee de gevaarlijke haarspeldbochten genomen werden. Het waren twee chauffeurs naar ons hart. Ook wij schuwen een uitdaging niet en durven risico’s te nemen als we muziek maken.

Wij begrepen ze als geen ander. En staken dat niet onder stoelen of banken uiteraard. Een absoluut hoogtepunt vonden we het moment dat ze een paar minuten van hun kostbare eigen tijd opofferden om toch even te komen kijken naar een van onze optredens. We vonden het heel erg voor ze dat ze geen enkel optreden konden bijwonen, het was simpel te vermoeiend. Maar we waren op dat moment diep, zeer diep onder de indruk.
We besloten om een bedankbrief op te stellen en zamelden geld in voor een grote en luxe ingelijste groepsfoto, voor allebei een exemplaar, zodat ze een warme herinnering zouden hebben aan deze mooie reis. Ook werd het idee geopperd om alle optredens te filmen en aan te bieden in een exclusief door ons allemaal gesigneerde dvd. Uit pure en diepe dankbaarheid.

De chauffeurs konden niet aanwezig zijn bij het mooie slotconcert. Ze moesten vooruit slapen, wat ze wel ontzettend jammer vonden.
Aartje wist het. De lieve en betrokken Schouwse achternicht van een van de leden uit de groep die na een zeer succesvolle carrière als topmodel bij het Franse modehuis Guy Laroche in het mooie Malaucène, op nog geen tien kilometer van Vaison een prachtig huis had gekocht en daar verbleef precies op het moment dat het orkest uit de buurt van haar geboorteplaats er ook was, wist dat wij het ondanks onze inspanningen ook best wel heel erg moeilijk vonden dat de chauffeurs er op het zinderende slotconcert op het schilderachtige Place de Montfort niet bij konden zijn.
Aartje was er wel bij, ze zat fier op de eerste rij en juichte voor en na elk werk, trots op de groep. En wij juichten allemaal dankbaar terug. Trots op onszelf en trots op de Zeeuwen in het Franse publiek. En natuurlijk trots op onze buschauffeurs.

Omdat we het zo erg voor ze vonden dat ze er niet bij konden zijn kregen ze van ons tijdens de terugreis in de bus een applaus. Bescheiden en vooral niet te luid omdat we ze niet extra en onnodig een ongemakkelijk gevoel wilden geven. Ook geen gedoe met een pot die de bus rond zou gaan voor een extra fooi. Iedereen zou te luidruchtig en gul geven en dat zou de druppel zijn denken we. Het zou ze teveel herinneren aan het moeten missen van het mooiste optreden van deze gedenkwaardige reis. Het zou hun jongensdroom verdrietig verstoren.

De online test staat er niet op, ik heb het zelf gecheckt op buschauffeurworden.nl
Ik vind het wel een goed idee trouwens: dat van een online doe-het-zelf test om te kijken of buschauffeur worden niet alleen maar een jongensdroom is maar een echte roeping. Dat je echt geschikt bent voor het vak. Het begrip gastvrij zou anders hopeloos verkeerd begrepen kunnen worden.
Voor onze chauffeurs was het niet erg dat ze de test niet hebben kunnen doen, het zou absoluut overbodig geweest zijn want het zijn echte natuurtalenten.
We hopen heel erg dat we bij de volgende buitenlandse reis dezelfde buschauffeurs hebben. Dan vragen we Aartje mee. Om voor ze te juichen. Gewoon, omdat het zo heerlijk voelt als er spontaan en oprecht voor je gejuicht wordt.